Waarom méér oefenen niet altijd helpt.
Veel ouders merken dat ze thuis blijven oefenen met lezen, rekenen of tafels… maar dat de vooruitgang uitblijft.
Hoe kan dat? In deze blog leg ik uit waarom méér oefenen niet altijd de oplossing is – en wat je dan beter kunt doen.
Wanneer oefenen niet helpt
Want je doet alles wat je kunt. Nieuwe werkboekjes, extra oefenmomenten, misschien zelfs tafels in de auto of lezen na het eten. En toch blijft het moeizaam. Ik hoor dit zó vaak van ouders dat ik het bijna dagelijks meemaak. Het is frustrerend – voor een kind, maar zeker ook voor jou als ouder.
“Maar we oefenen echt elke dag.”
Een moeder zegt het bijna verontschuldigend, alsof ze me moet overtuigen dat ze haar best doet.
En dat doet wat met mij. Want ouders dóen hun best.
Er wordt gelezen na het eten.
Er worden tafels geoefend in de auto.
Er liggen extra werkboekjes op tafel.
Soms zelfs in de vakantie.
En toch… blijft het lezen lastig gaan, blijven die tafels niet hangen, blijft rekenen zoveel energie kosten dat er tranen komen bij het huiswerk.
Dan is de logische gedachte: we moeten meer oefenen.
Nog een keer uitleggen.
Nog een keer herhalen.
Nog een week volhouden.
Maar wat als het daar niet in zit?
Wat als het niet gaat om inzet.
Niet om intelligentie.
Niet om “gewoon even doorzetten”.
Wat als het brein van je kind anders werkt dan de manier waarop de lesstof nu aangeboden wordt?
Ik zie veel kinderen die in beelden denken. Die eerst het totaalplaatje nodig hebben. Die verbanden willen snappen voordat ze losse sommen kunnen maken. Als zo’n kind rijtjes moet stampen zonder overzicht, dan blijft het hoofd zoeken naar logica.
En zonder logica… blijft automatiseren moeilijk.
Dan kun je blijven oefenen. Maar dan voelt het voor een kind vooral als:
“Zie je wel. Ik doe zo mijn best en het lukt nog steeds niet.”
Het effect op zelfvertrouwen
En dát is het moment waarop zelfvertrouwen begint te slijten. Niet in één keer, maar langzaam.
Ik vind het nooit erg als ouders oefenen. Graag zelfs. Maar als oefenen steeds strijd wordt, als het meer spanning geeft dan groei, dan is dat geen teken dat je nóg harder moet werken. Dan is het een signaal. Een signaal dat we anders moeten kijken.
Waar haakt je kind precies af?
Wat mist het om grip te voelen?
Is het de uitleg?
Het tempo?
De druk?
Het gebrek aan overzicht?
Want soms moeten we niet méér doen, maar iets anders.
En hoe eerder je dat ontdekt, hoe kleiner de schade aan zelfvertrouwen blijft.
Blijf dus niet maandenlang in dezelfde cirkel draaien in de hoop dat het kwartje vanzelf valt.
Wat wél helpt
Als je voelt: “Dit klopt niet. We doen zóveel en het blijft zwaar.” Dan mag je daar iets mee.
In mijn traject kijken we precies naar dat punt. Niet naar nóg meer oefenen. Maar naar hoe jouw kind leert.
En wat er nodig is om het weer haalbaar te maken.
Want leren mag energie kosten. Maar het mag geen voortdurende strijd zijn.
Herken je dit? Dan kijk ik graag met je mee.
Liefs,
Claudia
